Begin mei was het hier pasen, Roemenië houdt zich aan een orthodoxe kalender wat betekent dat veel feestdagen waaronder ook pasen op andere dagen valt dan bij ons in Nederland. Pasen betekent zoals gewoonlijk veel familiebezoeken. Schoonfamilie bezoeken in dit geval.
Ik weet inmiddels hoe deze familiebezoeken gaan hier in Roemenie; veel eten en luisteren naar alle familieleden die zo snel praten dat ik de helft van het gesprek kan verstaan en de andere helft van het gesprek vriendelijk glimlach en beleefd knik.

Nu wil ik het eens hebben over al dat eten. Dat er tijdens feestdagen meer gegeten wordt is dan niet zo gek maar hier in Roemenië is het echt van de gekke. Gigantische hoeveelheden eten wordt er bereidt en vooral voor de gasten moet er goed worden gekookt. Het is een beleefdheid iets waar je als gast ontzettend slecht onderuit komt zonder onbeleefd over te komen. Tegenwoordig ga ik dan ook voorbereidt heen.  Zo zit ik een week voor zo’n familiebezoek aan de lijn en de week na het bezoek volledig op rantsoen.

Nou zul je denken je kunt toch gewoon nee zeggen tegen dat eten? Maar nou is het dus zo; dat hele woord nee wordt niet begrepen, niet verstaan of compleet genegeerd. Ik noem het dan ook de onbegrepen nee.

De paaslunch 2013.
Het wachten is tot dat iedereen aan tafel zit, lekker chaotisch stoelen zoeken, tafel verplaatsen, tafel terug verplaatsen net zo lang tot we allemaal knus en hutje mutje met elkaar aan tafel zitten. Het feest kan beginnen.
Een traditionele familie lunch begint met een traditionele borrel; Țuică.

Dit enorm sterke, alcoholistische drankje wordt met veel genot door vele mensen in Roemenie gedronken en vaak wordt het drankje nog zelf gemaakt. Ze zeggen dat het drankje een fruitige maak heeft maar de binnenkant van mijn mond krijgt niet eens de kans om deze zogenaamde fruitsmaak te proeven omdat mijn smaakpupillen en slokdarm bij een slok direct al in de fik staat en er bij de eerstvolgende adem meteen een alcohol damp uitwalmt. Na dit traditionele begin ben ik in eerste instantie blij dat de soep voor mijn neus staat om mijn mond weer te blussen en weer een normale smaak terug te krijgen. Dat de soep bestaat uit stukken bot en hompen vlees dat neem ik dan ook voor lief.

Zodra iedereen zijn bordje heeft leeggegeten is het tijd voor het hoofdgerecht. Sarmale, mamaliga en koolsalade. Het eten ziet er goed uit smaakt erg lekker. De hoeveelheid is weer een ander verhaal want als gast moet je goed worden verzorgd en dat uit zich in een enorme berg eten. Eenmaal beleefd mijn bordje leeggegeten wordt er meteen aangeboden met een nieuwe schep. ‘Nee, dat hoeft niet, bedankt’, maar bij twee keer mijn ogen knipperen ligt er weer een nieuwe schep aardappelpuree op mijn bord. Na dit grote eetfestijn staat mijn buik op ontploffen en heb ik geen trek meer, maar dan, in mijn ooghoek zie ik mijn grootste angst al op me afkomen.
Tijd voor de taart.
‘Nee hoor bedankt, ik hoef geen taart vandaag, dankuwel’ roep ik vriendelijk. Maar daar heb je hem weer; die onbegrepen nee. ‘Oh jawel, harstikke lekker, zelf gemaakt, ik doe wel wat voor je op een bordje’ Antwoord schoonmoeder.
‘Nee echt, ik heb genoeg gehad’ probeer ik nog.. maar voor ik het weet loopt moeders al naar de keuken en doet ze alsof ze me niet hoort.
Aangezien die “nee” van mij niet helpt ga ik over op tactiek 2: ‘Doe mij maar een klein stukje dan’.. Vanuit de keuken wordt er een soort van ‘ja’ gemompeld dus hou ik verder mijn mond. 5 minuten later komt moeders de keuken uit met mijn schoteltje waar toch zeker ruim een kwart van de hele taart op ligt. ‘Eetsmakelijk’ zegt ze vriendelijk.

Na de grote maaltijd vond ik het wel tijd voor een stevige wandeling om in iedergeval de eerste 150 calorieën van de ruim 1000 die ik zojuist naar binnen heb gewerkt er weer af te lopen. Onbegonnen werk natuurlijk want eenmaal terug zie ik iedereen al weer druk in de weer voor het avondeten…..